Menu

Al verandert de rups in een vlinder. Breekt een ei
zijn schaal van binnenuit. Wordt van een hoorn
een kam gemaakt. Later of vroeger verandert alles.
Uiteindelijk blijft niets achter dan het begin,
sporen van wat men ooit was, de zool
van een oude schoen. Kiezelstenen vullen
de hand van een kind.

Het lied wordt gezongen door gegroefde lippen,
twistpunten verliezen hun eerste anker, zuiver
wordt zuiver door te vervuilen. De naald
valt van de spar. De glimlach op een gezicht
verdwijnt, komt terecht op een ander gezicht,
maar is nooit hetzelfde. Regen verdwijnt in droge
bladeren, een vader neemt af met de groei van zijn kind.

De stad verandert met nieuwe gebouwen.
De baby groeit door de kleren waarin hij niet
meer past. De schaduw die bejaarden meedragen
wordt kleiner. De dagen die wij achter ons laten
zijn altijd korter dan de dagen
die de kinderen nog voor zich hebben. Zwart wordt grijs,
grijs wordt as. Een gebaar is voldoende
om afscheid te nemen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.