Menu

Nazim Hikmet wordt doorgaans als een politiek dichter beschouwd, maar we moeten hem niet enkel op zijn politieke aspecten beoordelen. We zouden hem dan tekort doen. Want de wereldliteratoren kennen hem niet alleen vanwege zijn geëngageerde persoon, maar vooral via zijn literaire persoonlijkheid. Ik was hier zelf getuige van toen ik vorig jaar deelnam aan het Aziatisch-Afrikaans schrijvers / dichtersforum in Zuid-Korea. De Filippijnse, Singaporese, Japanse, Ethiopische, Tunesische en Indonesische dichters aldaar groetten mij met versregels van Nazim. Dit illustreert ons, dat Nazim Hikmet niet enkel vanwege zijn politieke denkbeelden, maar ook door zijn gedichten een werelddichter is. Uiteraard is hij niet alleen dichter, maar ook schrijver van verhalen en toneelstukken.

Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Ook Cemal Sureya, een belangrijke dichter van het Turks taalgebied, ageert tegen de beoordeling van Hikmet op één enkel aspect – met de volgende woorden: “Tegenwoordig zijn er twee extreme hoeken die Nazim Hikmet beoordelen: Sommige schrijvers herdenken hem als de grootste dichter van de wereld, terwijl andere schrijvers hem enkel als de drager van politieke bulletins willen zien. Vooral degene die tegen het socialisme zijn en Nazim Hikmet zwart maken, komen met bewijzen die niets met gedichten te maken hebben. Nazim Hikmet als een goddelijke dichter willen zien zou qua realiteit verraad zijn jegens zijn nagedachtenis.”

De beroemde Russische dichter Mayakovski benoemd Nazim Hikmet als “de grootste lied der Turken”. Dichter G. Lorca benoemd hem als “mijn Turkse collega”. Azerbeidjaanse Schrijver en dichter Ekber Babayev die Nazim Hikmet heel goed kende en die hem heeft geholpen met het vertalen van toneelstukken naar het Russisch noem hem “mijn broer en meester”. Neruda noemt hem”Nazim Hikmet mijn broer”. Deze benoemingen laten weer zien dat Nazim Hikmet een dichter is die zich heeft laten erkennen en niet alleen onder de bestempeling politieke dichter past.

Tegelijkertijd is Nazim Hikmet de dichter geweest die het startsein heeft gegeven voor de moderne dichtkunst. De dichter Ataol Behramoglu zegt hier het volgende over: “Nazim Hikmet is de eerste geweest die de Turkse dichtkunst in een moderne jasje gestoken, daarna heeft hij een grote stap voorwaarts gemaakt. Hij heeft gebroken met de traditionele dichtkunst en daarmee aan de Turkse gedichten vrijheid gegeven en dat geldt voor de onderwerpen, maar ook voor de inhoud. Dit betekende een grote verandering. Een belangrijk aspect in de dichtkunst van Nazim Hikmet is de verandering die hij heeft gegeven aan zowel de lyrische gedichten als aan de heldendichters. Een voorbeeld van de lyrische gedichten zoals Nazim Hikmet die schreef zijn de bundels “De gedichten van 21-22 uur” die hij schreef in de gevangenis en zijn bundel “Mensenlandschappen”. In zijn epos “Brieven aan Taranta Babu”laat Nazim Hikmet zien dat hij een groot meester in de dichtkunst is”.  Om de gedachten van Ataol Behramoglu te ondersteunen geef ik voorbeeld van lyrische gedichten.

20 september 1945

Op dit late uur
in deze herfstnacht
zit ik vol van jouw woorden,
woorden
eeuwig als tijd en materie
naakt als een oog
zwaar als een hand
en als sterren zo fonkelend.
Je woorden kwamen naar mij toe,
kwamen uit je hart, uit je hoofd, uit je vlees.
Je woorden brachten jou met zich mee
ze zijn: moeder
ze zijn: vrouw
en metgezel…
Ze zingen droevige, bittere, hoopvolle, blije, dappere tonen
je woorden zijn personen…

(vertaling: Wim van den Munkhof- Uit “De Gedichten van 21-22 uur” Blz: 30-31, 2e.)

Wat mooi om mij jou voor de geest te halen

wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
vanuit de berichten over dood en overwinning
in de gevangenis
en terwijl ik de veertig ben gepasseerd…
Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
je hand die vergeten op een blauwe doek ligt
en in je haren
van de grond van Istanbul de waardige zachtheid
de kern van mijn ziel…
Als een tweede mens in mij
is de vreugde jou lief te hebben…
De geur van het geraniumblad die achterblijft
op je vingertoppen,
een zonnige rust
en de uitnodiging van vlees:
een door bloedrode lijnen verdeelde
warme
dikke duisternis…
Wat mooi om mij jou voor de geest te halen,
te schrijven over jou,
in de gevangenis op mijn rug te liggen en
aan jou te denken:
het woord dat je sprak op een zekere dag,
op een zekere plaats,
de wereld niet op zichzelf
maar op die manier…
Wat mooi om mij jou voor de geest te halen.
Ik moet weer een paar dingen van hout voor jou snijden:
een sieradenkistje
een ring,
en zo’n drie meter fijne zijde weven.
En terwijl ik onmiddellijk
van mijn plaats opspring
mij aan de tralies in mijn raam vastklamp
moet ik voor het melkwitte blauw van de vrijheid
luidkeels lezen wat ik jou geschreven heb…
Wat mooi om mij jou voor de geest te halen:
vanuit de berichten over dood en overwinning,
in de gevangenis
en terwijl ik de veertig ben gepasseerd…

(vertaling: Wim van den Munkhof en Sytske Sötemann

 Uit “De Gedichten van 21-22 uur” Blz: 30-31, 2e. en 3e.)

Na deze voorbeelden wil ik naar het begin gaan en het hebben over het eerste gedicht van Nazim Hikmet. Hij beschrijft zijn eerste gedicht en de reden waarom hij poëzie schrijft als volgt:

”Ik was dertien jaar. We woonden in Istanbul. Mijn grootvader was dichter, maar zijn gedichten begrijp ik nog steeds niet. Hij schreef het in wat men ‘Ottomaans’ noemt, wat voor 75% uit Arabische en Perzische woorden bestaat, en waarin de Turkse woorden zich moeten houden aan de Arabische en Perzische grammatica. Dit waren didactische, dogmatische en religieuze gedichten. Ik begreep ze niet. Maar ik was de kleinkind van een dichter. Destijds waren enkele gedichten van La Martine vertaald naar het Ottomaans. Mijn moeder las La Martine erg graag. Ze las het in het Frans. Want zij kende net als ik geen Ottomaans.

Mijn grootvader Nazim Pasa was dichter en Mevlevi. In tegenstelling tot mijn moeder die van La Martine hield, hield mijn vader zich absoluut niet bezig met gedichten.

Er brak een brand uit in het huis tegenover ons. Het was de eerste keer dat ik iets zag branden. Ik was verbluft en geschrokken. Mijn grootvader hield zijn koran uit het raam richting de huizen tegenover ons, opdat het vuur ons huis niet zou bereiken. Het vuur doofde uit. Niet dankzij de koran, of de brandweer, maar omdat het dat huis volledig was afgebrand en het vuur vanzelf verdween. Mijn eerste gedicht heb ik een uur na deze brand geschreven, genaamd ‘het was de brand'(?). Het metrum was overgenomen van de aruz-gedichten van mijn grootvader die hij luidkeels reciteerde. Het was dus noch aruz, noch een metrum op basis van lettergrepen. Van het vrije vers had ik toen nog nooit gehoord. En de taal van het gedicht was een imitatie van het Ottomaans.

 Yanıyor yanıyor /Brand brand.  Muthiş tarakkalar/Uitstekend Tarakka’s.  Çekiyor ağusuna bu avdı beşer/Trek het alle. kijkers in zijn hel.  Haneler, fakirler yetimler./ Huizen, armoedes, ouderloos

    (………….)

Mijn tweede gedicht heb ik geschreven toen ik veertien was. Ik had het geschreven voor mijn oom die tijdens de slag om Canakkale was gestorven. Mijn derde gedicht heb ik vermoedelijk geschreven toen ik zestien was. In die tijd dacht ik dat Yahya Kemal, een groot Turks dichter die een nieuwe dichttaal gebruikt  en een ander begrip in zijn gedichten aanbracht, hevig verliefd was hij op mijn moeder. Hij was onze leraar geschiedenis op de marineschool. Mijn gedicht ging over de poes van mijn zusje. Ik liet het aan Yahya Kemal lezen. Hij wilde de poes zien, maar de poes die hij zag leek niet op de poes uit het gedicht en hij  zei: “Jij hebt die vuile, slonzige kat behoorlijk geprezen, je zult zeker een groot dichter worden”.

Mijn eerste gedicht werd gepubliceerd in het tijdschrift Yeni Mecmua; ik was toen 17 jaar oud. Het gedicht gaat over mensen die huilen op de kerkhoven om een liefde die met al die doden tijdens hun leven hebben beleefd.”

In de klassieke Turkse poëzie werden de gedichten gekenmerkt door een rijkdom aan beeldspraak. Hiervoor zijn twee redenen. De eerste reden is, dat in die periode de Turkse literatuur onder invloed stond van de rijkdom aan beeldspraak uit de Perzische en Arabische literatuur.

De tweede reden was dat de Turks zich wilde ontworstelen aan de druk van die culturen. Als je nu kijkt naar de eerste Ottomaanse en klassieke literatuur en naar de gedichten van de volksdichters kunt u dit allemaal makkelijk waarnemen.

De beeldspraak in de gedichten van Nazim Hikmet betreffen vooral de hoop en het belang dat aan het leven word toegekend. Hij wil door de vele herhalingen die beeldspraak vastleggen in de hersenen van zijn lezers. U zult zien dat de beeldspraak die hij heeft gebruikt levendig en vol beweging is. De lezer heeft maar een keus en die is achter de beeldspraak aan te rennen. Als u niet mee rent dan heeft die beeldspraak geen betekenis voor u. Het belangrijkste beeldspraak is zoals ik al heb gezegd, het leven. Naast de beeldspraak over het leven wil Nazim Hikmet dat de mens alles wat zich in het leven voordoet beleefd.

Dit zult u makkelijk merken aan de gedichten die hij over het leven heeft geschreven. Nazim Hikmet heeft in datzelfde gedicht nog veel meer beeldspraak gebruikt.

Over het leven

Onze wereld koelt af
een ster tussen de sterren
nog wel een van de kleinste
een spikje bladgoud op blauw fluweel
die reusachtige wereld van ons.
Ooit koelt deze wereld af
en zal niet eens als een ijsklomp
of een dode wolk
maar als een lege notendop wegtollen
in het eindeloze stikdonker.
Nu al daarvan de pijn te dragen
de droefenis te voelen.
Zo zeer moet je van deze aarde houden
dat je kunt zeggen:
“Ik heb geleefd”.

Uit: Mensenlandschappen. Vertaling: Els Hansen Blz. 33

Met dank van Anneke Krijthe en Hamiyet Avgan

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.